Afstemmen: een kwestie van volwassen kind-, ouder- en leiderschap

Afstemmen: een kwestie van volwassen kind-, ouder- en leiderschap

Afstemmen: een kwestie van volwassen kind-, ouder- en leiderschap

Wat afstemmen vraagt

Waar het schuurt in gedeelde ruimte

Je kent dat wel. Je zit rustig aan de keukentafel met je krant of koffie. Een van je (volwassen) kinderen komt binnen en zet, zonder iets te zeggen, de muziek of televisie aan. Harder dan jij zou kiezen. Je schrikt, kijkt op en voelt je even overvallen. Had hier niet eerst iets afgestemd moeten worden? Ik zit hier toch ook? En als je er iets van zegt, volgt de verzuchting: moet ik dan overal toestemming voor vragen? Ik woon hier toch ook? Een vergelijkbare reflex zie je in werksituaties. Iemand neemt een besluit of claimt ruimte in een overleg. En wanneer daar iets van wordt gezegd, klinkt dezelfde reactie in andere woorden: moet ik nu voor alles langs iedereen? Ik doe toch gewoon mijn werk?

Gedeelde ruimte en impliciete aannames

Het is een gedeelde ruimte. Thuis letterlijk, op het werk in de zin van aandacht, invloed en besluitvorming. En toch wringt het. Niet door de muziek of het besluit zelf, maar door wat er niet gebeurde. Er werd geen rekening gehouden met jouw aanwezigheid, jouw moment, jouw gebruik van die ruimte. Dit soort situaties ontstaan juist wanneer mensen dicht op elkaar leven en werken. In gezinnen, teams en open kantoorruimtes. Gedeelde ruimte nodigt uit tot aannames: als niemand iets zegt, zal het wel okรฉ zijn; als het stoort, zegt de ander het wel; we delen deze ruimte, dus iedereen moet zich maar aanpassen.

Als vader en als coach zie ik hoe dit patroon steeds terugkeert. Mensen lopen vast op woorden die op elkaar lijken, maar iets wezenlijk anders betekenen. Afstemmen, overeenstemmen, toestemmen en instemmen worden door elkaar gebruikt, met als gevolg รณf frictie รณf krampachtigheid. Wat aan de oppervlakte gaat over alledaagse zaken โ€” muziek aanzetten, een ruimte delen, een besluit nemen - raakt bijna altijd aan iets diepers: de impact van jouw handelen op anderen en de vraag wie hier verantwoordelijkheid draagt. Het schuurt wanneer iemand handelt alsof hij of zij alleen is. Of wanneer iemand zich inhoudt alsof hij of zij geen plek heeft, terwijl die er wรฉl is.

In gedeelde ruimte voelt iedereen zich vrij om te handelen, terwijl niemand vanzelfsprekend verantwoordelijkheid neemt voor wat dat met anderen doet. Aanspreekbaarheid vervaagt, juist omdat iedereen meent recht te hebben op een deel van die ruimte.

Plek en positie: twee lagen die door elkaar lopen

Afstemmen gaat over twee lagen die gemakkelijk door elkaar lopen: plek en positie.

Plek gaat over de rol van waaruit iemand handelt: ouder, volwassen huisgenoot, professional, leider. Die plek bepaalt ook hoeveel invloed iemand heeft. Juist daarom vraagt een ouder- of leidersrol om extra zorgvuldigheid in hoe ruimte wordt genomen. Positie gaat over hoe iemand zich in de relatie opstelt: neemt iemand verantwoordelijkheid voor wat hij of zij doet, nodigt diegene de ander uit, of wordt die verantwoordelijkheid impliciet bij de ander neergelegd? Ook ik betrap mezelf erop hoe snel ik ruimte inneem of juist inschik, afhankelijk van de plek die ik op dat moment inneem.

Wanneer plek en positie niet helder zijn, ontspoort het gesprek. Dan wordt er voorzichtig geformuleerd waar duidelijkheid nodig is, of juist stellig gesproken waar afstemming gevraagd zou zijn. De รฉรฉn zoekt bevestiging, de ander wordt kritisch. Iemand trekt zich terug, een ander zet door. Aan de oppervlakte gaat het nog steeds over geluid, stilte of een besluit, maar daaronder speelt iets anders: vanuit welke plek handelt iemand, en welke positie kiest hij of zij daarin? Dat is zelden een taalkwestie. Het gaat niet om de formulering, maar om de verantwoordelijkheid die iemand met zijn of haar woorden wel of niet neemt.

Afstemmen: ruimte laten vรณรณrdat je handelt

Afstemmen betekent niet dat je vraagt of iets mag. Het betekent dat je erkent dat je niet alleen bent. Dat jouw handelen effect heeft op anderen, en dat je bereid bent hen daarin mee te nemen. Afstemmen is relationeel handelen: je doet iets met oog voor de ander, zonder jezelf weg te cijferen en zonder je plek te verlaten. Dit is zichtbaar in kleine momenten. Een ouder staat in de keuken te koken en wil muziek aanzetten. Zegt diegene: โ€œIk zet even muziek aan tijdens het kokenโ€, dan is dat afstemming, mits er ruimte is voor reactie. Een blik, een korte pauze, een voelbare check of dit past.

Wanneer diezelfde ouder zegt: โ€œIk zet even muziek aan tijdens het koken, is dat okรฉ voor jullie?โ€ hoeft dat geen toestemming vragen te zijn. Het kan een check zijn: ik ga dit doen, maar ik wil weten wat het met jullie doet. De ouder blijft staan op diens plek zolang hij of zij niet wacht op goedkeuring om รผberhaupt te mogen handelen. Het verwarrende is dat afstemming soms dezelfde woorden gebruikt als toestemming. Het verschil zit niet in het vraagteken, maar in de houding die iemand inneemt. In het ene geval blijft verantwoordelijkheid waar die hoort, in het andere geval verschuift die naar de ander.

In organisaties zie je hetzelfde. Een leidinggevende zegt in een overleg: โ€œWe gaan dit voortaan zo doen.โ€ Dat is afstemming, mits er daarna ruimte komt voor reactie. Blijft het bij een mededeling, dan ontstaat er onderstroom: stil verzet, afhaken of cynisme. Het besluit is genomen, maar de relatie niet meegenomen. Een leidinggevende die zegt: โ€œIk denk dat dit een goede richting is, hoe kijken jullie hiernaar?โ€ verliest geen gezag. Deze leider blijft staan op diens plek, neemt richting en nodigt anderen uit om mee te denken. Het wordt problematisch wanneer de richting afhankelijk wordt gemaakt van goedkeuring.

Aan de andere kant zie je mensen die toestemming vragen waar afstemming volstaat. Een volwassen kind dat vraagt: โ€œMag ik een filmpje opzetten?โ€ of een professional die voor elk initiatief expliciete toestemming zoekt. Wat zorgvuldig lijkt, heeft een bijwerking: verantwoordelijkheid verschuift. Iemand maakt zichzelf kleiner dan nodig is en maakt de ander groter dan passend. Omgekeerd zie je mensen die zeggen: โ€œIk mag dit gewoon doen.โ€ Zij slaan afstemming over en nemen ruimte zonder relatie. De ander wordt niet meegenomen, maar buitengesloten.

Wie zegt: โ€œIk mag dit gewoon doenโ€ sluit de ander buiten.
Wie zegt: โ€œIk moet overal toestemming voor vragenโ€ sluit zichzelf buiten.

Afstemmen zit precies ertussenin: je blijft staan op je plek, maar je handelt niet alsof de ander er niet is.

Overeenstemmen, toestemmen en instemmen

Na afstemming kan overeenstemming ontstaan. Dat is het moment waarop duidelijk wordt wat in deze situatie werkt. Niet omdat iedereen het ideaal vindt, maar omdat het gedragen kan worden. Overeenstemmen gaat niet over gelijk krijgen, maar over samen vaststellen wat nu passend is, gegeven ieders plek en verantwoordelijkheid. Overeenstemming is geen compromis uit zwakte, maar een gezamenlijke keuze die de relatie intact laat. Zonder afstemming is er geen echte overeenstemming, alleen volgzaamheid of weerstand. Dan lijkt er rust, maar raakt de verhouding uit balans en sluipt de spanning ondergronds door.

Toestemming is iets anders. Die is nodig wanneer een handeling direct ingrijpt in de autonomie van de ander: diens lichaam, persoonlijke grenzen, eigendommen of expliciet toegewezen verantwoordelijkheid. Daar volstaat afstemming niet. Daar hoort een helder ja of nee bij. Wie zonder toestemming over grenzen of eigendommen heen gaat, neemt regie die hem of haar niet toekomt.

Juist het onderscheid tussen afstemming en toestemming voorkomt dat verhoudingen uit evenwicht raken. Wie toestemming vraagt waar afstemming voldoende is, maakt zichzelf kleiner dan nodig is. Wie geen toestemming vraagt waar die wel nodig is, maakt de ander kleiner dan gepast is.

Na afstemming en โ€” waar nodig โ€” overeenstemming of toestemming, volgt instemming. Instemmen betekent niet dat je het volledig eens bent met het besluit. Het betekent dat je het besluit draagt. Zonder instemming blijven besluiten broos: ze bestaan op papier of in woorden, maar niet in gedrag.

Overeenstemmen bepaalt wat we doen.
Toestemmen bepaalt of iets mag wanneer het persoonlijk wordt.
Instemmen bepaalt hoe we ermee verder gaan.

Samen vormen ze de bedding voor samenwerking tussen volwassen mensen, thuis en op het werk.

Wat volwassen afstemming vraagt

Afstemmen vraagt volwassen communicatie. Positie innemen zonder te domineren en ruimte laten zonder jezelf te verliezen. Handelen vanuit je plek โ€” ouder, professional, leider, volwassen kind โ€” en verantwoordelijkheid nemen voor de impact daarvan, juist in gedeelde ruimte. Wie dit onderscheid leert zien en toepassen, voorkomt veel ruis, frustratie en stille strijd. Niet door scherpere regels of betere afspraken, maar door in het moment zelf bewuster te handelen en aanspreekbaar te blijven. Afstemmen is daarmee geen zachte vaardigheid. Het vraagt stevigheid: kunnen blijven staan, kunnen luisteren en verantwoordelijkheid dragen voor wat je doet. Precies daarin raakt afstemming aan volwassen kind-, ouder- en leiderschap.

Reflectievragen voor thuis of op je werk

  1. In welke situaties neem ik ruimte in een gedeelde context zonder eerst af te stemmen, en wat doet dat met de ander? (Denk aan thuis, in overleg, of bij het nemen van besluiten.)

  2. Waar vraag ik toestemming terwijl afstemming voldoende zou zijn, en welke verantwoordelijkheid schuif ik daarmee van mij af?

  3. Vanuit welke plek handel ik meestal in dit soort situaties, en welke positie kies ik daarin: neem ik verantwoordelijkheid, nodig ik uit, of leg ik verantwoordelijkheid impliciet bij de ander neer?

Loslaten na een relatiebreuk deel 1

Loslaten na een relatiebreuk deel 1